Steeds meer 50-plussers latten. Zo zijn Annette & Marco en Linda & Tanja al jaren stapelgek op elkaar en zijn ze vaak samen. Maar wel in één van beider huizen. Wat maakt een latrelatie zo aantrekkelijk en waar zitten de knelpunten?
Door Marije Veerman
Ongeveer 1,2 miljoen mensen in ons land hebben een latrelatie. Vooral onder 50-plussers groeit de groep die na een scheiding of verlies opnieuw een relatie heeft, maar bewust apart blijft wonen. Voor Wilma (70) was die keuze meteen duidelijk. Toen ze vijf jaar geleden haar man verloor, had ze niet verwacht dat ze nog opnieuw verliefd zou worden. Maar tijdens een groepsreis ontmoette ze Bert (72). “Met hem kon ik drie jaar na de dood van mijn man eindelijk weer lachen.” Toch wist ze ook meteen: samenwonen gaat niet gebeuren. “Ik ben bijna vijftig jaar getrouwd geweest en ontdek nu hoe fijn het is om alleen te wonen. Als ik geen zin heb om te koken, eet ik pannenkoeken voor de televisie. Bert doet nu zijn eigen was, maar wat als we gaan samenwonen? Ik ben niet meer van plan me iedere dag aan te passen aan het leven van een man.”
Nieuwe datingmarkt-generatie
“Latrelaties zijn niet nieuw”, zegt socioloog Hanna van Solinge van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NDI). Honderd jaar geleden bestonden er onder intellectuelen varianten van samenleven op afstand. Denk aan Jean Paul Sartre en Simone de Beauvoir. De echte opmars van de latrelatie kwam vanaf de jaren 80, toen echtscheidingen toenamen, relatievormen veranderden en vrouwen economisch zelfstandiger werden. Die ontwikkeling heeft zich sindsdien doorgezet. Van Solinge: “50-plussers van nu zijn niet te vergelijken met die van twintig of dertig jaar geleden. Het is een generatie die de datingmarkt opgaat. Ze laten zich niet langer meer leiden door iets wat de samenleving hen voorschrijft, maar maken veel vaker hun eigen keuzes.”
De kinderen vinden latten beter
Relatietherapeut Jean-Pierre van de Ven ziet dat de reden ook vaak praktisch is. “50-plussers verlaten niet graag het huis waarin ze al lang wonen en ze zijn gehecht geraakt aan hun zelfstandigheid. Soms komen ze uit een eerdere relatiebreuk en weten ze wat voor rompslomp er komt kijken wanneer je samenwoont en uit elkaar gaat. Dat willen ze echt niet nog een keer meemaken. Daarin zijn ze vaak heel realistisch.” Daarnaast ziet Van de Ven dat kinderen een rol kunnen spelen, ook wanneer ze al volwassen zijn en op zichzelf wonen.
“Kinderen vinden vaak: mam, pap, leuk die nieuwe relatie, maar we hebben liever niet dat je gaat samenwonen. Soms is dat omdat een ouder overleden is en ze het moeilijk vinden dat een ander aan zijn of haar kant van het bed slaapt, maar het kan ook te maken hebben met de erfenis. Want hoe wordt het huis en het geld verdeeld als de overgebleven ouder overlijdt? Ouders hebben vaak geen zin in een confrontatie met hun kinderen.” Maar het is niet alleen praktisch, zegt Van Solinge. Met name bij vrouwen speelt de behoefte om zelfstandig te blijven, net als bij Wilma. Meestal hebben ze ervaring met hardnekkige rolpatronen en weten ze dat er bij samenwonen een risico is dat ze weer in de zorgrol worden geduwd. Dat willen ze niet meer.
Wanneer de zorgbehoefte toeneemt, is het volgens haar niet vanzelfsprekend dat stellen alsnog gaan samenwonen. Juist omdat mantelzorg veel vraagt, willen veel vrouwen die verantwoordelijkheid niet volledig op zich nemen.”
Spanning van het weerzien
In de praktijk ziet Van de Ven dat die keuze voor twee huizen ook een keerzijde heeft. Stellen worstelen volgens hem dan soms met het wij-gevoel. “Het is moeilijker om dat vast te houden, wanneer je geen dagelijks leven deelt. Dat kan soms voor eenzaamheid zorgen. De één kan bijvoorbeeld enorme zin hebben in een vakantie samen, maar dan blijkt de ander die vakantie al met een goeie vriendin te hebben geboekt.”

Juist omdat je minder vanzelfsprekend onderdeel bent van elkaars routines, is het volgens Van der Ven heel belangrijk dat je toch elkaar het gevoel blijft geven dat je bij elkaar hoort. Maar afstand kan ook iets opleveren. Relatietherapeut en seksuoloog Esther Perel stelt dat apart wonen verlangen naar elkaar levend houdt. In haar boek Erotische intelligentie beschrijft ze hoe het gemis en de spanning van het weerzien de aantrekkingskracht kunnen versterken.
-
Nederland telt naar schatting 1,2 miljoen latters tussen de 18 en 80 jaar, daarvan is 325.000 boven de 50 jaar.
-
Van de lattende 50-plussers willen 4 op de 10 op termijn trouwen of samenwonen. De meerderheid blijft dus liever alleen wonen.
-
Er komen 149.000 huizen vrij als latters massaal zouden gaan samenwonen.
-
Latters zijn vaker hoger opgeleid dan alleenstaanden of samenwonenden.
-
Gezamenlijk ontvangen latters €982 meer AOW dan samenwonenden.
-
Latters zijn over het algemeen gezonder dan alleenstaanden, maar wel minder gezond dan mensen die samenwonen.
-
Vooral onder zestigers groeit het aantal latters. In 2014 woonde 76% samen met hun partner, in 2024 was dat aantal gezakt naar 70%.
|
Annette: “Vier jaar geleden ontmoette ik Marco op Tinder. Ik weet nog dat ik dacht: wat een leuke man is dit. Tijdens onze tweede date waren we al heftig aan het zoenen. Omdat we allebei enorm verknocht zijn aan onze huizen en het moeilijk vinden ons leven op te geven, rijden we in het weekend naar elkaar toe. Het ene weekend ben ik in Nieuwegein, het andere weekend is hij bij mij in hartje Den Haag.Wanneer ik bij hem ben, voel ik me 100 procent thuis. Hij doet ook enorm zijn best en verwent mij met heerlijke ontbijtjes. We wandelen vaak en gaan naar concerten. Onlangs zijn we ook begonnen met langebaanzwemmen. Iedere keer als we elkaar passeren, geven we elkaar even een handje en zet ik me plagend af om een voorsprong te nemen. Het zijn juist dit soort plagerijtjes die mij zo gelukkig maken.Toch is latten soms ook een uitdaging. Ik werk twee dagen als lerares en de rest van de week als relatietherapeut, dus mijn agenda zit vaak vol. We hebben afgesproken elkaar iedere avond om tien uur te bellen, maar vaak val ik dan al bijna in slaap. Ik vergeet dan te zeggen dat ik hem die ochtend nog enorm heb gemist. Ook vind ik het soms lastig dat mijn leven zo volgepland is. Omdat we elkaar alleen in het weekend zien, proberen we dan ook echt tijd voor elkaar te maken, maar daardoor heb ik minder tijd voor mijn kinderen, kleinkinderen en vrienden. Ik snap ook wel dat Marco er niet op zit te wachten om het hele weekend overal mee naartoe gesleept te worden. Ik zou graag met hem willen samenwonen en het meest logisch is dan natuurlijk dat we ergens tussen Den Haag en Nieuwegein een huis zouden kopen, maar het idee dat ik dan verder van mijn kleinkinderen ga wonen, vind ik gewoon erg moeilijk.” Marco: “Ik kan soms nogal mopperen tegen anderen dat het mij een uur kost om naar Annette te rijden. Laatst zei een buitenlandse collega: ‘Wat loop je nou te zeuren, wat is nou een uur?’ Toch merk ik dat ik er moeite mee heb. Zeker als er wegopbrekingen zijn en ik na anderhalf uur nog steeds in de auto zit. Doordeweeks mis ik haar. Dan zou ik het heerlijk vinden om even naar haar toe te rijden, maar zij heeft een druk leven, terwijl ik juist heb besloten om nog maar drie dagen te gaan werken en meer te genieten. Laatst moest ik voor een scan naar het ziekenhuis en dan is ze er niet bij. Dat vind ik moeilijk. Ik wil geen weekend-lover zijn, zei ik tegen haar op de eerste date, maar soms voelt het door haar drukke werkschema wel een beetje zo. Toch vind ik haar veel te leuk om te missen. Ze is direct, ondernemend, ziet er fantastisch uit en houdt van tegenstand. Dat moet ook wel, want ik ben het bijna altijd met haar oneens. Gelukkig kunnen we daar allebei hard om lachen. Ik vind het heerlijk als ze naar Nieuwegein komt. Dan zwaai ik de deur open en neem haar in mijn armen. Andersom moet ik bij haar in Den Haag altijd even wennen. Ze woont midden in het centrum en ik kan mijn auto nooit kwijt. Ook zijn haar meubels allemaal net iets te laag voor mijn bijna twee meter. In haar bed steken mijn voeten 25 centimeter uit. Ik snap het heel goed wanneer ze vraagt om een extra weekend naar haar toe te komen omdat haar kleinkind jarig is. Soms stel ik aan haar voor om ergens in het midden samen een huis te kopen, maar dan reageert ze eigenlijk niet echt. Ze stuurt me wel geregeld huizen op in de buurt van Den Haag, dan maak ik een grapje dat dat niet echt in het midden is.” Annette Burgers (61, lerares en relatietherapeut, woont in Den Haag) & Marco Vos (62, HR-consultant, woont in Nieuwegein) |
|
Linda: “Ik heb altijd gedacht dat een relatie niet voor mij was weggelegd. Ik ben hoogsensitief en heb veel ruimte nodig om op te laden. Tot ik via Tinder Tanja ontmoette, en ik als vanzelf in een fijne relatie rolde. Het idee om te latten komt vooral van mij. Daar moest zij aanvankelijk aan wennen, want we zijn toch opgevoed met het idee dat samenwonen de logische volgende stap is als je van elkaar houdt.In het begin pendelden we heen en weer tussen Utrecht en Nieuw-Vennep. Vorig jaar lukte het Tanja om een huis in Utrecht te kopen, waardoor we nu op een kwartiertje fietsen van elkaar wonen. Dat geeft meer rust. Door mijn onregelmatige werk op de ic werk ik ook weekenden, terwijl Tanja dan juist vrij is. Zodra ik mijn rooster heb, stemmen we onze plannen daarop af. Doordeweeks zien we elkaar nu ook regelmatig. Dan hebben we zin om samen te eten of een serie te kijken. Het allerleukste aan Tanja is haar humor en enthousiasme. Soms zit ik overprikkeld op de bank en dan staat zij voor me te stuiteren omdat ze enthousiast iets wil vertellen. Daar erger ik me dan aan, maar ik moet er ook om lachen. Onze communicatie is heel volwassen, we wijzen niet met de vinger naar elkaar, maar houden het bij onszelf. Wanneer we elkaar even wat minder aanvoelen, is het meestal Tanja die aan de bel trekt. Ik ben meer een einzelgänger. Toch zijn we heel betrokken bij elkaars leven. Tanja kookt vaak, en ik rijd bijvoorbeeld even voor haar naar de vuilstort omdat ik weet hoe verschrikkelijk ze dat vindt. Ieder jaar gaan we samen uiteten om onze relatie te evalueren. De laatste keer schreven we elkaar een brief. Ik ben zestien jaar lang heel gelukkig geweest als single, maar met Tanja in mijn leven is alles nog leuker. Ik besef dat latten niet goed is voor de huizenmarkt, maar we sturen wel veel liefde de wereld in. Dat is ook wat waard.” Tanja: “Toen mijn relatie na negentien jaar strandde, merkte ik hoe moeilijk ik het vond om alleen te zijn. Financieel redde ik het prima, maar emotioneel voelde ik me als een wiebelend bootje op zee, zonder idee waar de haven was. Vanaf mijn 19de heb ik altijd samengewoond. Pas toen ik op mezelf stond, merkte ik hoeveel ik eigenlijk steeds op anderen had geleund en me had aangepast. In het begin vond ik het best lastig dat Linda niet wilde samenwonen. Ik dacht dat dat juist was wat ik nodig had om me verbonden te voelen. Maar omdat mijn dochter thuis woonde, speelde die vraag sowieso nog niet. Dat veranderde vorig jaar. Ik merkte dat ik anders tegen samenwonen was gaan aankijken. Ik wilde wel dichter bij Linda zijn, maar ik voelde ook: als we samen zouden wonen, zou ik mijn eigenheid weer verliezen. En dat wilde ik niet meer. Ik vind het bijvoorbeeld heerlijk als ik alleen ben, om de muziek hard te zetten en te dansen in de kamer, of ’s avonds om negen uur nog uitgebreid te gaan koken omdat ik daar ineens zin in heb.Vorig jaar kocht ik een huis op een kwartiertje fietsen van Linda en daar ben ik nog steeds heel blij mee. We zien elkaar zo’n drie keer per week. Soms leggen we onze agenda’s naast elkaar en zien we dat er weinig tijd overblijft, dan proberen we te schuiven. Die tijd samen vinden we allebei belangrijk. Al merk ik wel dat ik net wat meer behoefte heb aan dat wij-gevoel dan Linda. Zij zit nu bijvoorbeeld midden in een verbouwing en regelt veel zelf, terwijl ik gewend ben om dat soort dingen samen te doen. Gelukkig kan ik dat bij Linda gewoon aangeven. Er is geen ego-gedoe tussen ons. Wat ik het meest in haar bewonder, is dat ze heel goed weet wat ze waard is en daar ook voor gaat staan. En haar humor. Als we samen lachen, wordt alles lichter.” Linda de Roos (ic-verpleegkundige) & Tanja van Veen (zzp’er) wonen allebei in Utrecht. |