Ze is het nieuwe gezicht van MAX-programma We zijn er bijna! én gaat de planken weer op. Wat drijft duizendpoot Marlijn Weerdenburg?
Marlijn Weerdenburg (1983, Schiedam) is zangeres, songwriter, actrice, presentatrice en entertainer. Deze zomer is ze te zien als opvolger van Martine van Os in het Omroep MAX-programma We zijn er bijna! en vanaf september staat ze in de theaters met Geworteld, over haar verlangen naar thuis zijn, een oerbasis, leven waar je roots zijn. Marlijn was Maria in The passion, presenteert met Splinter Chabot Moltalk, vertolkte de titelrol in de tv-serie Danni Lowinski (haar doorbraak) en speelde in de musicals Dear Evan Hansen en Diana & zonen.
Foto’s Annabel Oosteweeghel
Vroeger zocht ik al het middelpunt.
‘Mijn moeder zei dat het praten maar niet kwam, maar dat ik heel jong lag te zingen in mijn bedje. 6 was ik, toen ik zei: ‘Ik wil zangeres worden.’ ‘Nou,’ zei mama, ‘dat is een beroep.’ ‘Dan wil ik dat.’ Mijn ouders hadden veel lp’s, ik zag hoe blij zij werden van muziek, dus ik werd dat ook. In zingen kon ik mijn gevoel kwijt en een gevoelig kind was ik. Ik stond extreem open, voor alles wat ik waarnam, voor alle mensen om me heen. Als iemand iets dwarszat, voelde ik dat eerder dan diegene zelf. Dat sensitieve heeft me nooit verlaten. Ik ervaar het nu als kracht en gave. Mensen voelen: die vrouw haakt in op dezelfde golflengte, die begrijpt wat ik zeg. Tijdens de opnames voor We zijn er bijna!, waarin we 60-plussers volgen op hun rondreis, interviewde ik in Griekenland een man die net zijn vrouw had verloren. Hij was zo open dat het een prachtig gesprek werd. Ik hield me groot, maar ik leefde intens met hem mee. Nadat de camera uitging, brak ik. Ik dacht aan mijn vader, het verlies van mijn moeder. En zag die man die zonder zijn liefde verder moest. Huilen, huilen. Dat ik zo opensta, was als kind ingewikkeld. Je deint, als je niet oppast, voortdurend mee op emotie.
Dat ik zo opensta, was als kind ingewikkeld. Nu ervaar ik het als kracht
Wie is uw favoriet voor de Plus Impact Awards? Stem nu!

Gelukkig was mijn moeder streng.
‘Rust, reinheid, regelmaat. Zorg dat je goed eet, zorg dat je steeds terugkeert naar je basis.’ Ik heb dat vastgehouden, het brengt mij in balans. Ik heb mijn moeder zo vaak in stilte bedankt, zoals ik nu mijn partner Paul dankbaar ben, mijn rustpunt, een man van structuur. Toen ik als jonge 20’er op de toneelschool zat, kon ik totaal opgaan in het spel. Dan kon ik heel hoog vliegen door dat sensitieve dat in mij zit. Maar dat kon ik óók doordat mijn moeder me had geleerd wat ik zo nodig heb. Als ik op pad ben voor We zijn er bijna! sta ik voortdurend ter beschikking. Om dat te kunnen, bouw ik iedere dag mijn veilige basis. Ze lachen me uit, maar stipt zes uur gaat mijn wekker. Ik spring uit bed, ga 5 kilometer rennen, duik de zee in, pak mijn douche, geniet van mijn koffie. Zo, hèhè. Ik ben stevig. Klaar voor de dag vol prikkels en sensaties. Ik heb een heel fijne jeugd gehad. Toen ik werd geboren was mijn vader 29, een jongensachtige man. Levenslustig, maar getekend. Opa, zijn vader, was op een kwaaie dag verdronken in een sloot, pas drie dagen later vonden mijn vader en zijn zus hem. Mijn vader was 13 en de oudste man in huis. Er moest brood op de plank komen, dus stond hij als jochie te sjouwen in de haven. En hij moest in de bodems van de boten lassen, wat hij vreselijk vond, claustrofobisch als hij was.

Later heeft hij – gestimuleerd door mijn moeder, die zag hoeveel kwaliteiten ’ie had – de lts, mts en hts gevolgd. Hij ging overdag op de tekenkamer werken om leidingen in te tekenen. Ik zag hem weinig, want in de avond studeerde hij. Maar als hij er was, maakte hij die momenten samen ontzettend leuk. Mijn moeder kwam uit een stratenmakersgezin; hard werken als tweede natuur. Ze hield het thuis draaiende, met alle aandacht, energie en liefde die ze had. Nooit klagen, altijd doorgaan. We hadden het niet breed, maar mijn zus en ik leerden dat het geluk in de kleine dingen zit. Niet de dure spullen, niet de dure reizen, niet het eten in de mooiste restaurants, het was het samen er iets moois van maken.Toen mijn vader 40 werd, ging het ondernemersbloed alsnog in hem stromen. Hij begon een adviesbureau in duurzaamheid. Hij was zijn tijd ver vooruit en het werd een groot succes. Rond de kerst bakten we appeltaarten voor zijn klanten.
Zo leerde ik hoe je tot in detail moet zorgen dat je uniek blijft.
Er staan altijd honderd anderen in de rij, dus neem het liever maar serieus. Mijn vader was toegewijd: zorg dat je álles hebt gegeven. Ik heb precies dat altijd zo gedaan.Zangeres, dat ging ik worden. Mijn ouders ervoeren het als een shock: ‘O jee, ze kan zo goed leren en nu wil ze naar het conservatorium.’ Hun droom voor mij was dat ik ging studeren. Maar hun credo was: doe waar jij gelukkig van wordt. Ga ervoor en dan mag het. In mijn derde jaar op het conservatorium liep ik stage bij Herman van Veen. Het klikte tussen ons. Herman zei: ‘Je hebt vele talenten, volgens mij moet je naar de Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie. Zingen is niet genoeg.’ Ik voelde dat Herman gelijk had, maar hoe vertelde ik dat aan mijn ouders? Was hun kind bijna klaar met het conservatorium, ging ze weer opnieuw beginnen. Ze zeiden: ‘Ga het doen, als jij denkt dat het goed voor je is.’ Achteraf is het zo’n goede keuze geweest. Op de toneelschool zagen ze dat ik me heel goed kan inleven en een lied met veel emotie kan brengen. En ze roemden mijn flexibiliteit: ik ging ervoor, vanuit mijn ondernemerschap. Ze zeiden: ‘Dat maakt jou uniek.’ Daar, in dat veelzijdige, zit mijn kracht en geluk. In galajurk de Musical Awards presenteren, vliegtuig in, slippertjes aan en hup, de camping op voor ‘We zijn er bijna!’
Dit is het leven hoe ik het wil.
Nu brengt We zijn er bijna! me terug naar mijn jeugd. De simpelheid van het leven; het mooiste wat er is. De mensen hebben allemaal een geschiedenis, zijn allemaal boven de 60, ze zijn echt. Ik vind ze honderd keer interessanter om mee te praten dan welke hotshot ook. Ik ben dienend. Maar ik duik af en toe wel mee de zee in. Veel moeders willen voor me zorgen, veel papa’s willen dolletjes met me uithalen. Dan stoppen ze me weer een drankje of een broodje toe. Zo schattig.Tegelijkertijd ben ik volop bezig met mijn nieuwe muziektheatervoorstelling Geworteld. Ruut Weissman, mijn geweldige docent op de toneelschool, regisseert me. Hij is veeleisend. Wil totale verbinding en commitment, omdat het niet goed moet worden, maar het allerbeste ooit. Hij neemt me bij de hand en laat die niet meer los. Toen ik hem schoorvoetend vertelde dat ik deze zomer ook We zijn er bijna! ging doen, zei hij: ‘Hé, wij gingen toch de mooiste voorstelling van het jaar maken? Hoe zit dat?’ Ik antwoordde: ‘Ja, maar dit is een droom. Een van mijn favoriete programma’s, zo’n grote kans.’ Ik had er buikpijn van. Tegelijk vond ik het geweldig dat hij er met gestrekt been inging. Hij is geen pleaser, ik wel.
Een van mijn grootste talenten is dat ik me snel op mijn gemak voel en mensen op hun gemak kan stellen.
In We zijn er bijna! is dat goud, maar in het theater niet. Ruut wil mijn rafelrandjes zien. Hij zegt: ‘Kom op Marlijn, vertel gewoon je verhaal, ga niet achterover leunen en het laten gebeuren, nee, af en toe moet je het ook laten schuren, want het leven is niet altijd harmonie, het is niet altijd leuk.’ Hij heeft gelijk. Ik weet er alles van. De plotselinge dood van mijn moeder, vijf jaar geleden, was een shock. Ze is nog steeds heel erg bij me. Maar anders dan voorheen. Toen ze overleed aan de gevolgen van een hersenbloeding, ontstaan door een aneurysma, was ik daarbij. Ze gleed in mijn armen weg. Mijn grote steun en toeverlaat, de vrouw van wie ik zielsveel hield, die altijd zo in mij en mijn zus geloofde. ‘Doe waar je hart ligt’, hoe vaak heeft ze dat wel niet tegen ons gezegd?
Door EMDR kwam het verdriet over mijn moeder los, nu kan ik er heel hard om huilen
Ik was 38 weken zwanger van mijn tweede zoontje Sammie toen ze overleed, twee weken later lag er een kindje aan mijn borst. Ik ben alleen maar doorgegaan. Doorgegaan als jonge moeder, doorgegaan als artiest, doorgegaan met mijn rol in Diana & zonen. Ik heb het album Mam gemaakt, ik heb de voorstelling Mijn buik vol van de liefde gemaakt. Bij ieder liedje, in elk programma was het: kijk eens, ik ben heel erg aan het verwerken en houd mama bij me. Maar het echte verwerken kwam veel later. Ik verloor mijn stem en bleek PTTS te hebben. Ik had alles in mezelf vastgezet, waardoor ik de rouw niet toe kon laten. Toen heb ik EMDR-therapie gevolgd en dat werkte fantastisch.
Het verdriet kwam los. Sindsdien kan ik er heel erg hard om huilen.
De emoties kunnen nu vrij bewegen, het verdriet zit niet meer als een apart stuk in mijn lijf, maar is onderdeel geworden van mij. Daardoor kan ik verder. De dood van mijn moeder heeft me uiteindelijk ook veel gegeven. Het heeft ervoor gezorgd dat ik nóg meer geniet. Misschien wel omdat ze zo plots overleed. Dat besef: het kan zomaar voorbij zijn. Toen ik werd gevraagd voor We zijn er bijna!, had ik zenuwachtig kunnen worden. Oh jee, ik ga zo lang bij mijn kindjes van 8 en 5 weg. Maar ik dacht: wat is zes weken op een heel leven? En wat laat ik zien aan mijn kinderen? Ik wil dat voorbeeld zijn: kies voor datgene waar je hart van opengaat. Spring het avontuur in. Mijn moeder heeft nooit die kansen gehad en wilde dit zo graag voor haar dochters. Doe het, doe het, anders krijg je spijt.
Mijn vader was vijf jaar geleden gebroken. Maar de tijd heelt. Hij heeft sinds kort een nieuwe liefde. Dat gun ik hem zo. Zo’n leuke man, zo veel te geven. Hij is twee keer per week bij onze jongens om met ze naar sport te gaan. We doen heel veel samen, nu ook met zijn vriendin erbij. Mijn vader is hardlooptrainer geworden, heeft de Kilimanjaro beklommen. Een voorbeeld in veerkracht. Hij heeft enorm gehouden van mijn moeder. Ze waren 47 jaar dag en nacht samen. Zo vergroeid als hun levens waren… Maar hij wil door. Straks hoop ik dat ik net als Herman van Veen op mijn 80ste in Carré mag staan. Laat het allemaal maar heerlijk zo doorgaan. Ik ben een bofkont eerste klas. Met mijn liefde voor muziek zou ik heel graag nog een keer een mooi programma maken.
Ik mis Matthijs van Nieuwkerk zo.
Die deed fantastische dingen in zijn programma Matthijs gaat door. Herman van Veen samen met OG3NE… en zangeres Bente stond al bij hem op het podium voordat iemand haar kende. Ik hoop dat ik ooit de kans krijg in die sfeer. Want hem nadoen of vervangen kan ik niet, maar die liefde voor kunst, cultuur en echte gesprekken voeren, de tijd daarvoor nemen, waar zie je dat nog? Dromen voor later.Ik voel me beter dan ooit. Sinds een jaar weet ik dat ik ADD heb. Mijn leven ging altijd met golven. Vaak ging het fantastisch en dan ineens: boem. Zwaar overprikkeld. Dan kón ik niet meer. Door de diagnose ging ik dat veel beter snappen en kon ik er wat aan doen. Ik slik medicatie om balans te vinden, de scherpe randjes eraf te krijgen. Dat werkt goed. Teun, onze oudste zoon, heeft het van mij. Hij heeft ADHD, in extreme mate. Op school ging het fout, er kwam niks bij hem binnen, hij luisterde niet, was wild en bang. Uiteindelijk, na lang diagnosticeren en zoeken, kwamen we erachter dat er één heel fijne school voor hem was, in Hilversum.
We woonden in Amsterdam-West, met al onze vrienden om ons heen, de leukste buren, alles konden we doen op de fiets, het werk zat veelal om de hoek. Maar als je kind niet goed gaat? Dan pak je je boeltje op en verhuis je naar een huis om de hoek van die ene school waar hij wél gelukkig is. Teun zit nu op een school met speciaal basisonderwijs. Daar krijgt hij zoveel meer tijd om te leren en heeft hij zoveel meer rust. Hij vindt het geweldig, hij doet het geweldig en wij zijn gelukkig. We wonen in een heerlijke woning, met een heerlijke achtertuin. Teun en Sammie zijn echte buitenjongens en doeners. We hebben in de schuur een werkbank gemaakt en in de tuin een vijver, vol getraumatiseerde kikkers die als speelmaatjes worden gebruikt. Hoekje om en we zijn op de hei. Daarom zeg ik: laat het maar zo blijven, laat het alsjeblieft zo blijven.”