Vermoeidheid, kortademigheid, kriebelhoest en slecht slapen: misschien is het hartfalen. Gelukkig is er steeds meer bekend over deze ernstige aandoening en zijn artsen steeds beter in staat het in een vroeg stadium op te sporen. Dr. Eleanore Kröner, cardioloog bij HartKliniek geeft antwoord op de meest gestelde vragen.
1. Wat is hartfalen?
“Bij hartfalen pompt je bloed minder goed rond door het lichaam dan normaal. Er zijn verschillende oorzaken die kunnen leiden tot deze verminderde pompfunctie. Tegenwoordig delen we patiënten onder in twee hoofdgroepen: de eerste groep is de groep die een verminderde pompfunctie heeft. Dat is de bekendste. En daarnaast heb je nog een groep die hartfalen krijgt door een stijver hart. Het hart kan zich dan minder goed ontspannen en daardoor kan het zich minder goed met bloed vullen. Dat type hartfalen komt voornamelijk voor op oudere leeftijd en vormt een steeds groter percentage van alle patiënten met hartfalen. Beide vormen kunnen vergelijkbare klachten geven.”
2. Wat merk je van hartfalen?
“Als gevolg van hartfalen ontstaan allerlei klachten, zoals kortademigheid, kriebelhoest en vermoeidheid. Ook kan het lichaam vocht gaan vasthouden in de benen, voeten en longen. Daarnaast kan het zo zijn dat iemand kilo’s aankomt zonder dat daar een duidelijke reden voor is. Als het bloed zich vóór het hart ophoopt, stijgt de druk in de longbloedvaten. Met als gevolg kortademigheid en prikkelhoest, vooral bij inspanning. De hoest en kortademigheid worden erger als je ligt. Verder moeten hartfalenpatiënten ’s nachts vaker en vooral ook meer plassen dan overdag.”
3. Waarom wordt hartfalen soms laat ontdekt?
“Bij oudere mensen is de diagnose soms lastiger te stellen. Mensen hebben bijvoorbeeld al langer een verminderde conditie en/of andere aandoeningen. Klachten als kortademigheid en vermoeidheid kunnen daardoor gemakkelijk aan iets anders worden toegeschreven zoals bijvoorbeeld COPD. Ook lopen mensen vaak ook lang door met klachten, omdat ze denken: ‘ik word ouder, dus het zal er wel bij horen’. Allemaal factoren die ervoor kunnen zorgen dat het langer duurt voordat de diagnose hartfalen wordt gesteld.”
4. Wanneer loop je extra risico?
“Een hoge bloeddruk, overgewicht en diabetes vergroten de kans op hartfalen. Erfelijke aanleg speelt ook een rol, in bepaalde families waarbij erfelijke hartspier ziekten een rol spelen. Ook een eerder hartinfarct, andere hartziekten en een langdurig hoge bloeddruk zijn risicofactoren.”
5. Is hartfalen te behandelen?
“De behandeling van hartfalen hangt af van het type hartfalen en is voor iedere patiënt anders. Bij de vorm waarbij de pompfunctie van het hart is verminderd, hebben we een viertal verschillende soorten medicijnen waarvan is gebleken dat ze de prognose verbeteren. Voor de andere vorm van hartfalen (waarbij de hartspier stijver is), waren lange tijd minder behandelmogelijkheden, maar de afgelopen jaren zijn daar wel nieuwe bijgekomen. De medicijnen die kunnen worden ingezet zijn: ACE-remmer (om de bloeddruk te verlagen en het hart te ondersteunen), bètablokker (verlaagt zowel de hartslag als bloeddruk), MRA (mineralocorticoïdreceptorantagonisten, hartspier ondersteunend en vocht afdrijvend) en een SGLT2-remmer (een oorspronkelijk medicijn voor suikerziekte met goed effect op kwaliteit van leven bij patiënten met hartfalen.”
6. Kun je zelf ook met leefstijl iets doen?
“Leefstijl is zeker een onderdeel van de behandeling. Een gezonde leefstijl kan helpen om het risico op hart- en vaatziekten te verkleinen en is ook een belangrijk onderdeel van de behandeling van hartfalen. Eet gezond, rook niet en blijf actief. Juist bewegen en de conditie zo goed mogelijk houden zijn belangrijk, binnen de grenzen van wat iemand aankan. Patiënten met hartfalen worden verwezen naar de hartrevalidatie, waarbij leefstijl adviezen en ziekte inzicht worden bevorderd.”
7. Wat kunnen we verwachten in de toekomst verwachten aan nieuwe ontwikkelingen?
“Er wordt onderzoek gedaan naar AI-modellen om hartfalen in een vroeg stadium te ontdekken. Er zijn al heel veel mooie resultaten geboekt. Ik verwacht dat daar in de toekomst veel gebruik van gemaakt kan worden. Daarnaast verwacht ik dat er steeds meer e-health en telemonitoring ingezet kan worden. Dit heeft voor patiënten als voordeel dat ze minder naar het ziekenhuis hoeven te komen. Ook kan het ziekenhuisopnames voorkomen. Iedereen komt er na een ziekenhuisopname slechter uit. Dus dat voorkomen zou een enorme winst zijn. Verder denk ik dat we holistischer, met een bredere blik moeten gaan kijken naar ouderen. Bij hartfalen is veel overlap met de longen, nieren en suikerziekte, dus dat je naar het geheel kijkt. En dat de communicatie tussen huisartsen, internisten en cardiologen makkelijker wordt als we alle nieuwe technologieën gaan gebruiken.”
Dit artikel kwam tot stand met medewerking van dr. Eleanore Kröner, cardioloog bij HartKliniek. Zij werkt aan de complete begeleiding van patiënten met klachten van hartfalen (onbegrepen kortademigheid) en heeft zich ook toegespitst op het hartfalen met behouden pompfunctie.