Frank Boeijen blijft altijd de idealist die hij al was toen hij Zwart wit zong. Maar hij zegt: “Ik heb niet meer de illusie dat ik iets kan veranderen. Ik zing over het leven, de dood, de liefde en de wereld.” En dat doet hij prachtig op zijn nieuwe album Paradijs van Het Grote Niets.
‘Vroeger zat ik achterin de kerk, bang dat de koster mij kwam halen. Dan moest ik voorzingen. In die kerk was er in de jaren 60 een fotograaf van het magazine Paris Match, voor een reportage over het katholieke leven in Nederland. Hij maakte een portret van mij met een telelens, de kerk heeft die foto later aan mijn ouders gegeven. Nu staat dat portret op mijn nieuwe album, Paradijs van Het Grote Niets. Die blik van dat 11-jarige jongetje, het is er een van angst. Wie is hij? Wat is er van hem geworden? Hij is een beetje bang. Dat voorzingen vond hij vreselijk.

Ik kom uit een volksbuurt.
Tot mijn 12de heb ik daar gewoond. Loyaliteit aan je eigen volkswijk speelde in Nijmegen een grote rol. Eigenlijk kon je de grens naar een andere wijk niet over. Dan werd je bekogeld met stenen en bierflessen. Ik groeide als jongste op met zes zussen en drie broers. Mijn vader was typograaf, machinezetter, een vakman. Na het eten was hij druk met het repareren van die zetmachines. Hij heeft heel hard gewerkt. Mijn moeder ook. Geen wasmachine, geen vaatmachine, wel tien kinderen. Mijn ouders hielden van elkaar. Als vanzelfsprekend. Een heel groot goed. Mijn moeder maakte zich zorgen om mij. Dat was in de tijd dat ik bekend werd. Ik werd bedreigd na het uitbrengen van Zwart wit in 1984, het nummer over de racistische moord op de vijftienjarige Kerwin Duinmeijer. Over die bedreigingen had ik mijn moeder niet verteld, maar je hoefde haar niks te vertellen, zij wist het gewoon: onze Frank moet oppassen, die krijgt racisten op zijn dak.

Als ik moest optreden, waren er agenten in burger om mij te beschermen.
En in 2007 weer. Toen had ik Zwart wit in het Arabisch gezongen op de Dam in Amsterdam, samen met de Tunesische zangeres Oulfa Rouached. Het was de tijd waarin het populisme zo opkwam, ik wilde die mensen die daaronder lijden een hart onder de riem steken. Het huis van mijn buren vloog die nacht in brand. Dan slaap je niet meer zo lekker. Wat een stelletje lafbekken. Kom dan direct naar mij en zeg: ík ben het niet met je eens. Mijn vader komt uit Oss. Een kleermakerszoon. Veel kleermakers in Oss waren van joodse komaf, mijn vader kende er veel.
Nog voor de oorlog verhuisden mijn ouders naar Hoorn. Tijdens de oorlog maakten ze dingen mee die hun voorstellingsvermogen te boven ging. Dat lukraak mannen en jongens werden geëxecuteerd als represaille voor de aanslag op een SS-officier, konden mijn ouders niet bevatten. Toen ze terugkeerden in Oss, raakte het mijn vader diep dat de rijke joden wel terugkwamen, maar de arme niet. Wie rijk is kan vluchten en overleven, wie arm is heeft pech gehad. Wat er gebeurd is in de oorlog, heeft mijn ouders diep geraakt. Het racisme sloeg een diepe wond in hun geest. Daarom zei mijn vader met zijn Boeijen-humor, toen ik met Zwart wit aankwam: ‘Hèhè, nu gáát het ergens over.’ Hij was een sociaaldemocraat en zei vaak als ik ergens mee zat: ‘Schrijf er maar een lied over.’ Heb ik meerdere keren gedaan. Bloemen van pijn.
Nu weet ik beter.
Vroeger hadden wij de illusie dat wij als singer-songwriters iets konden veranderen. Maar dat is niet zo. Mijn overgebleven daad van verzet is om alleen maar over het leven, de dood, de liefde en de wereld te zingen. Een beetje hippie nog, hè. Love and peace. Naast de liefde is de dood er als thema ingeslopen. Luister naar mijn nieuwe plaat en dan voel je dat. Er is een lied dat als een rode draad door het album gaat: Stella Maris. Stella is ster, maris is zee; sterre der zee. In Maastricht, aan het Onze Lieve Vrouweplein, is een oude basiliek, daarnaast is een kappelletje en daar branden honderden kaarsen rondom het genadebeeld Stella Maris. Ter verering van Maria, van mensen die vragen om haar steun en bescherming.
Ik heb dat in 2024 weleens gedaan. Mijn oude vriend Martin was naar ons laatste optreden van de tour geweest. Normaal gaan we daarna drinken, ditmaal ging hij niet mee. Hij is naar zijn huis gegaan, waar brand was uitgebroken. Toen ze hem vonden, bleek hij een koolmonoxidevergiftiging te hebben. Hersendood. De volgende morgen bevond ik me op de IC in Nijmegen. Ik was vaak bij hem.

Soms werd het me te veel, dan ging ik naar Stella Maris, om er een kaarsje op te steken.
En dan zei ik: ‘Hij is onderweg.’ Na een week werd de behandeling gestopt. Een ander nummer, De zee waar hij nooit kwam, heeft te maken met mijn Vlaamse vriend die in 2022 is overleden. Een woordkunstenaar. Ik leerde hem kennen, hier in Groesbeek, we zaten op dezelfde plek waar wij nu zitten. Het was 11 september 2001. We hebben de hele middag gepraat. Op een gegeven ogenblik zei hij: ‘Ik moet nu toch echt gaan.’ Op weg naar huis ging ik bij een vriend langs, hij zat tv te kijken en vroeg: ‘Heb je het gezien, die aanslagen?’
Mijn Vlaamse vriend en ik waren waarschijnlijk de enige twee die niets van 9/11 hadden meegekregen. Dan heb je wel meteen een band voor het leven.Mijn Vlaamse vriend werd ziek en zei op een dag: ‘Mijn laatste werk ben jij. Ik ga een boek over jou schrijven. Jij moet elke week naar Knokke komen, daar woon ik.’ Dus ik naar Knokke. Hij woonde parallel aan de boulevard. Ik moest hem de auto in helpen en dan gingen we naar het hotel waar hij graag wilde zijn. Een heel mooi hotel: La Réserve. Maar, haha, dat lag aan een meer.
Zat ik in badplaats Knokke aan zee, ging ik naar een hotel aan een meer.
Vond ik geniaal. Op een keer reden we weg bij zijn huis en zei ik, wijzend naar links: ‘Daar is de zee, hè.’ Hij zei met zijn donkere stem: ‘Daar kom ik nooit. De zee is voor verliezers.’ Het boek is er nooit gekomen. Hij overleed. Ik ben op de herdenking in Gent geweest. Hij had gevraagd: ‘Als mij wat gebeurt, wil je dan dat lied zingen over dat restaurant?’ Hij bedoelde Zeg me dat het niet zo is. Dat heb ik gedaan. Ik wilde ook een lied maken in de sfeer van Zwart wit. Ik piekerde. Wat er nu allemaal aan de hand is in de wereld, is zo groot en zo veel, hoe begin ik er aan? Toen zat ik met documentairemaker Sinan Can, een vriend van me die ook uit Nijmegen komt, te eten en we hadden het over het leven na de dood. Sinan vroeg: ‘Wat denk je dat er gebeurt na de dood?’
Ik zei: ‘Weet je wat het is, Sinan, ik ga naar Het Grote Niets en dan gaan mijn dierbaren dood en zijn we samen in Het Grote Niets. In het paradijs waar alleen maar liefde is.’ En toen ik dat bedacht, kon ik mooi de tegenstelling maken tussen al die machthebbers die alleen maar oorlog voeren en de vredelievende mensen. Die oorlogsvoerders mogen niet in het paradijs van Het Grote Niets waar alleen maar liefde is. De wereld is nu ook Het Grote Niets, maar dan anders. Het kapitalisme heeft gewonnen. Oorlogen worden begonnen om geld en macht. Ik kijk er al heel lang met open mond naar, ook omdat het blijkbaar zo weinigen lijkt te interesseren. Het verlies van idealisme ervaar ik als wonderlijk, dat proces begon al in de jaren tachtig. Ik ken gelukkig nog veel idealistische mensen. Ik woon in Nijmegen. Dat is een progressieve stad.

Straks ja straks, wie zal het zeggen. Wat de toekomst brengt, zullen we zien.
Allereerst zijn er die optredens die gepland staan tot eind mei 2027. Samen muziek maken is het mooiste wat er is. Ik heb een fantastische band, waar ik erg trots op ben. We kunnen kiezen uit een heel groot repertoire uit verschillende tijden, vijf decennia aan liedjes, vijf decennia om uit te putten. Mijn avontuur begon in de jaren 70, in 1978 kwam de eerste lp uit, die ik samen met Wout Pennings maakte, in 1979 kwamen we met de Frank Boeijen Groep, elf jaar, elf albums. In 1991: Wilde bloemen, mijn eerste solowerk. Zo is het steeds maar doorgegaan. Ik zou willen afsluiten met een groot concert. Waarin ik het verhaal van mijn leven vertel, aan de hand van liedjes. Ik wil dat spelen met de betreffende muzikanten. En allerlei gasten. Inspirerende mensen.
Henk Hofstede van Nits, Daniël Lohues, Mathilde Santing. En nieuwe bands zoals Son Mieux, Di-Rect, Danny Vera. Typhoon en Gers Pardoel zou ik er ook graag bij hebben, die hebben mijn interesse. Hiphop: toch poëzie. Straatdichters. Dat raakt de twee harten in mij. Dat jongetje uit de volksbuurt en de kunstzinnige, bedacht-zame, beetje filosofische zanger-liedjesschrijver die ik ook ben.
Een mens heeft vele gezichten. Ik ook.
Veel gedachten. Soms tegengestelde. Ik voel veel betrokkenheid, verontwaardiging en ik heb een sterk gevoel voor rechtvaardigheid. Dat stamt uit mijn opvoeding. En dan? Dan gaan we reizen. Ik ben een reiziger. Vooral het Verre Oosten. Indonesië. Een oneindig paradijs. Dat trekt me. Ik ben opgegroeid met Indische mensen, ze woonden in onze buurt toen ik een kind was. Ik voel me daar thuis, in het oosten. Mooie mensen. De natuur. De cultuur. De beleefdheid en dankbaarheid. Terwijl wij ze heel wat hebben aan-gedaan. Denk aan de koloniën.Enfin… ik hoop nog heel veel tijd te hebben om mooie reizen te maken. Om lief te zijn voor de medemens. Betrokken te zijn. En veel, heel veel te geven. Zoals ik al zong in het nummer Draag ik je bij me: ontvangen is pijnlijk, kwetsbaar is vertrouwd.”
CV
Frank Boeijen (Nijmegen, 1957) had als zanger van de Frank Boeijen Groep in de jaren 80 grote hits. Op de top van de roem begon hij een solocarrière. Talloze albums, samenwerkingen en tours volgden. Boeijen won de Gouden en Zilveren Harp en de NPO Radio 5 Oeuvre Award. Voor informatie over zijn poppodia-tour (oktober en november) en zijn theatertour (26 maart-29 mei 2027):