5 vragen aan Ronald Snijders: ‘Als je niet bovenop het moment zit, heb je het voor altijd gemist’

'Als je goed bent, kom je er ook, dacht ik in mijn tienerjaren. Een soort van overtuigde arrogantie’
Auteur: |
Gepubliceerd 8 oktober 2026
Ronald Snijders
Beeld Getty Images

Zijn persoonlijk leven houdt hij in interviews liever privé. Maar vooruit, taalprofeet en absurdist Ronald Snijders (1975) waagt een poging. Zo maakt hij zich weleens zorgen dat hij niet genoeg van zijn dochters geniet. Zit altijd in dat absurdistische hoofd van hem teksten te bedenken. Met resultaat: na de zomer toert hij met Leven met humor door het land.

Ronald Snijders (1975, Amersfoort) is absurdist, schrijver en programmamaker. Hij maakte meerdere theatervoorstellingen en ontving de Oeuvreprijs cabaret en kleinkunst. Zijn voorstelling Welke show werd genomineerd voor de Poelifinario. Ronald was (radio)columnist, tafelheer bij DWDD en haalde de finaleweek van De Slimste Mens. Hij schreef diverse absurdistische boeken, ook met Fedor van Eldijk. Op tv presenteerde hij De staat van verwarring en Rambam, op de radio Binnenland 1. Ronald is vanaf eind augustus te zien in de komedieshow Taksmaster. In november wordt de tv-registratie van Als mens uitgezonden bij BNNVARA. Vanaf oktober, ervoor nog enkele try-outs, toert hij met Leven met humor. Speellijst zien? Normalemensenl.nl

We spreken af in theaterrestaurant De Toegift op Texel. Ronald speelde de avond ervoor zijn try-out van de nieuwe voorstelling Leven met humor en wilde ‘s nachts graag de WK-wedstrijd Tunesië-Nederland kijken. “Ik stapte zomaar ergens een huiskamer binnen en heb daar de wedstrijd gekeken. Heel gezellig. Maar als het zo laat wordt, moet ik wel even opstarten ’s ochtends.”

‘Ik stapte zomaar ergens een huiskamer binnen. Heel gezellig’

Ronald kennen we als taalkunstenaar, die in een razendknappe timing zijn absurdistische taalgrappen afwisselt. Na zijn studie communicatiewetenschappen schreef hij voor de VPRO-gids en werkte als redacteur achter de schermen voor tv-programma’s van onder anderen Paul de Leeuw. “Een kantoorbaan,” lacht hij. Jaren later stond hij zelf voor de camera’s. Met Pieter Jouke presenteerde hij de absurde talkshow De staat van verwarring, later gingen ze met het format de theaters langs. Vele solovoorstellingen volgden. “Mijn hart lag altijd al bij mensen vermaken. Tijdens mijn studententijd speelde ik bij theatergroep N’mbusi. We wonnen de tweede prijs bij het Amsterdams Kleinkunst Festival.” In 2021 ontving Ronald de Oeuvreprijs Cabaret en kleinkunst. 

En voor bij wie er nog geen lichtje gaat branden: bij jou hangt wellicht zijn Schrikkelkalender op de wc, geschreven met Fedor van Eldijk, of liggen de bundels Geen boek, De alfabetweter en De alfabetBeter als vrolijke blikvangers gestapeld in de boekenkast. “We zijn nu bezig met het verzamelen van nieuwe woorden voor een volgende uitgave.” Én, Ronald is te zien in de nieuwe RTL-spelkomedieshow Taskmaster van Arjen Lubach met Jelka van Houten, Donny Ronny en Kim Schuddeboom. “Ik doe niet snel mee aan een spelprogramma, maar over dit verzoek hoefde ik niet lang na te denken.”

Ik zoek de vervreemding op. Absurdisme maakt het leed makkelijker te verteren’

 In zijn nieuwe show Leven met humor wisselt Ronald anekdotes af met krankzinnige absurdistische scènes en oneliners. Waargebeurd of verzonnen is nauwelijks van elkaar te onderscheiden. “Dat ik als journalist een humoristisch nepinterview met Daphne Bunskoek heb geschreven, is écht waar. Ze belde me niet op tijd terug en ik zat met een deadline. Het interview is geplaatst. Achteraf konden alle partijen er om lachen, maar ik ben wel tien weken geschorst.”

‘Wacht even, ik heb nú koffie nodig!’

Hoe ziet ons interview eruit als je het zelf moet schrijven?

“Dan gaat het zéker over mijn grote voorbeeld en jeugdidool André van Duin. Ik interviewde hem eens en na het gesprek kwam ik erachter dat ik het niet had opgenomen. Het was nog zo’n ouderwetse taperecorder en ik drukte het verkeerde knopje in. ‘Ronald, dit vind ik heel zielig voor je. Wat doe je morgenavond? Zullen we samen een hapje eten en het gesprek opnieuw doen,’ reageerde hij. Heel sympathiek. En…”

En… nu écht persoonlijk. Je bent de partner van Femke, vader van twee meiden en het kind van.

“Pfff, dat doe ik nooit in een interview. Pas in mijn vorige voorstelling Als mens liet ik iets van mijn privéleven los op het podium. Een stukje mysterie rondom mijn persoon bewaren, vond ik altijd wel fijn. Maar vooruit. In Als mens zong ik een liedje over mijn dochters van 14 en 10. Voor het eerst stelde ik me op het podium kwetsbaar op. Hun jeugd gaat zo snel voorbij. Als je niet bovenop het moment zit, heb je het voor altijd gemist. Ik heb de neiging om mij terug te trekken in mijn eigen wereldje en zit altijd in mijn hoofd: teksten bedenken. Zélfs als ik met de kinderen iets leuks doe. 

‘In je eigen absurdistische wereldje zitten is een vorm van escapisme’

Ik sta er niet altijd bij stil dat ik de momenten met mijn kinderen niet over kan doen. Voor je het weet, zijn ze het huis uit. Het is net zoiets als dat ik door Amsterdam fiets, waar ik woon, en nog steeds kan denken: deze stad is van mij. Dat gevoel had ik heel sterk als student, maar dat is natuurlijk niet meer zo. De stad is veranderd. Zo gaan ook de levensfases van mijn kinderen voorbij. Mijn vrouw Femke haalt me weleens bij de les. Zelf ben ik enig kind… Wacht even, nú heb ik koffie nodig!”

Hij vervolgt: “Ik heb een vaste routine: zo’n vijftien minuten na het tandenpoetsen móet er koffie in. Anders functioneer ik niet.”

Een paar minuten later: “Zo, nu kan-ie weer. Omdat ik enig kind ben, kreeg ik alle aandacht van mijn ouders. Ze zagen mij staan. Ik kon goed leren, en mijn ouders vonden dat ik een universitaire studie moest kiezen. De kans om te leren hebben zij nooit gehad. Mijn vader was schilder en mijn moeder werkte bij de NS tot ze mij kreeg. Rond mijn 8ste ging ze weer parttime aan de slag als administratief medewerker. Een universitaire studie volgen vond ik prima, ik begreep mijn ouders daarin, en wist dat ik ook zonder diploma van de kleinkunstacademie mijn droom zou kunnen bereiken. André van Duin en Herman van Veen behaalden ook succes zonder die opleiding. Als je goed bent, kom je er, dacht ik in mijn tienerjaren. 

‘Het is de tijd van mijn leven. Ik zit lekker in mijn vel’

Het was een soort van overtuigde arrogantie. Ik wist ook zéker dat mij niets zou gebeuren, een dodelijk ongeluk of zo, waardoor die plannen in rook zouden opgaan. Het lot zou mij gunstig gezind zijn. Mijn ouders ondersteunden mij in mijn ambities zolang ik mijn studie maar afmaakte. Ze zijn mijn grootste fans. We zijn enorm betrokken bij elkaar en bellen elke week. Ik probeer geregeld hun kant op te gaan. De gezondheid van mijn vader (82) gaat achteruit en op mijn aandringen loopt hij nu met een rollator. Ik moet het specifieker zeggen: die rollator voor mijn vader heb ik gekocht voor mijn moeders verjaardag. Het was het grootste cadeau dat ik haar kon geven. Zo hoeft mijn moeder (84) zich geen zorgen meer te maken dat mijn vader valt. Zij kon hem niet overhalen om met een hulpmiddel te lopen, en op deze manier lukte het mij wel. Ik moet me trouwens even insmeren. Heb jij zonnebrandcrème bij je?”

Ik sta nu waar ik wil staan in mijn vak. 

Sowieso is het de tijd van mijn leven: ik zit lekker in mijn vel, met de meiden gaat het goed en ik heb een fijne relatie. Over een tweede kind moest ik even nadenken, omdat ik zelf zonder broers en zussen ben opgegroeid. Ik had een gelukkige jeugd en heb een broer of zus nooit gemist. Femke is wél met twee broers opgegroeid. Ze stelde dat het heel leuk is om als kinderen een front te kunnen vormen. In eerste instantie wilde ik ons geluk niet op het spel zetten. We hádden al een fantastische dochter plus de vrijheid om ons leven met maar één kind in te richten zoals wij dat wilden. Ik ging overstag. Toen ik op de echo zag dat we wederom een meisje kregen, was ik zó blij. 

‘Lang bleef ik die jongen met z’n aardige grapjes, ik was geen partij in de liefde’

Ik houd van een meidenhuishouden: de sfeer is zacht en niet zo rauwdouwerig. O, mag ik dit even nuanceren: mijn dochters maken ook wel eens ruzie, schreeuwen tegen elkaar of slaan met de deuren. Ik wil niet zeggen dat vrouwen wat dat betreft heilig zijn. De energie is alleen anders met allemaal vrouwen om je heen. Je inleven in anderen is iets wat ik mijn kinderen leer. Als iedereen zich zou verplaatsen in een ander, is er meer compassie voor elkaar. Ik doe dat ook regelmatig bij mijn dochters, omdat ik ze wil begrijpen. Ik zou wel wat strenger willen zijn. Dat had ik me ook voorgenomen, maar het lukt niet altijd. Ik merk dat kinderen het prettig vinden als een ouder grenzen stelt. Duidelijkheid geeft rust.”

Je had opstartproblemen in de liefde…

“Lang bleef ik die jongen met z’n aardige grapjes, maar was ik geen partij in de liefde. Ik was one of the girls. In de liefde rommelde ik wat aan tot ik Femke tegenkwam. Onze liefde werd sterker naarmate we elkaar beter leerden kennen. Inmiddels zijn we ruim twintig jaar samen. Dat is een luxe als ik zo om mij heen kijk: veel stellen halen dit niet. We hebben het leuk met elkaar. Femke kan ook lekker kritisch zijn op mijn werk: veel van mijn teksten gaan eerst langs haar. Ik hecht waarde aan haar oordeel.” Met een knipoog: “Dit zal ze nog lang blijven doen, want waarschijnlijk werk ik tot mijn dood. Ik heb niks geregeld voor mijn pensioen.”

 Je bent een absurdist. Stel je moet de wereld-kritische Pieter Derks in zijn stijl een avondje vervangen. Waar maak je je dan druk over?

“Ik ben een dromer en niet van de sterke publieke meningen. In je eigen absurdistische wereld zitten is ook een vorm van escapisme. Ik zoek de vervreemding op. Absurdisme maakt het leed op de een of andere manier makkelijker te verteren. Ik weet niet of ik grappen over Netanyahu of Trump op het podium móet maken. Maar soms heb ik wél behoefte om mij daarover uit te spreken. Ik vind het ook weer laf als ik er helemaal niks van zeg. Dus doe ik dat een enkele keer op mijn socials. Indirect heb ik over maatschappelijk engagement een liedje geschreven voor mijn nieuwe voorstelling, Iets doen, of je doet het niet. Ik heb het nooit ergens over, maar dat liedje gaat bijna wél ergens over als je het eruit wilt halen. Iedereen kan er een andere betekenis aangeven.”

 Welk woord geef je aan dit interview?

“Ehm… (…)”

Denkt diep na. Twee hele minuten later met een bulderende lach: “Of ik ook zo lang doe over het schrijven van een nieuwe voorstelling? Ja, dat kost me zeker twee jaar!”

Dit artikel verscheen eerder in Zin Magazine.