Een vrouw die in particuliere huishoudens werkt, mag niet uitgesloten worden voor de Ziektewet. Het Uwv heeft dat wel gedaan, maar dat is een vorm van indirecte discriminatie van vrouwen. Dat is verboden. De vrouw heeft recht op een uitkering.
Dat blijkt uit een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB), de hoogste rechter voor sociale zekerheid. Het draait in deze zaak om Eveline, een vrouw die vijf dagen in de week gemiddeld 27,5 uur in particuliere huishoudens werkt. Eveline heeft zeven werkgevers en werkt voor geen enkele werkgever vier of meer dagen per week.
De vrouw kreeg longklachten. Ze is eerst minder gaan werken, maar toen dat ook te zwaar bleek heeft ze een ziektewetuitkering aangevraagd. Het Uwv weigerde n daarop stapte Eveline naar de rechter. Bij de rechtbank was het de vraag of het terecht is dat een vrouw in haar situatie wordt uitgesloten. Het Uwv beriep zich op de Regeling dienstverlening aan huis. Deze regeling is bedoeld voor mensen die werken in of bij het huis van een particulier. Denk aan schoonmaken, koken, oppassen, helpen bij verzorging. Als het werk minder dan vier dagen per week is, hoeft de particuliere opdrachtgever geen loonheffing in te houden, geen premies te betalen en is er geen loonadministratie nodig. Voor de particuliere opdrachtgever is het dus makkelijker iemand in te schakelen.
Minder rechten
Het gevolg van deze regeling is dat de werknemer niet verzekerd is voor de Ziektewet, Werkloosheidswet en andere sociale verzekeringen. Bij ziekte of werkloosheid is er dus geen recht op een uitkering van het Uwv. Hoewel de werknemer geen sociale zekerheid heeft, is er wel recht op het minimumloon, vakantiegeld en vakantiedagen. Bij ziekte moet de particuliere werkgever het loon zes weken doorbetalen. De werknemer zelf moet het inkomen van de diverse werkgevers opgeven bij de Belastingdienst.
Kortom, iemand die minder dan vier dagen per week bij een particulier werkt, wordt voor de Ziektewet en WW niet als gewone werknemer gezien. Deze werknemer heeft minder zekerheid.
Discriminatie
In de zaak van Eveline oordeelde de Rechtbank Noord-Holland dat deze regeling nadelig is voor vrouwen. Huishoudelijk werk wordt namelijk vele malen vaker gedaan door vrouwen dan door mannen. De regeling is dus indirect discriminerend voor vrouwen en het Uwv had geen argumenten om de regeling te rechtvaardigen. Medio april 2025 heeft de rechtbank geoordeeld dat de regeling in dit geval niet mag worden toegepast. Eveline is dus wel verzekerd voor de Ziektewet.
In hoger beroep heeft de CRvB het oordeel van de rechtbank bevestigd. Het Uwv moet nu binnen dertien weken opnieuw beslissen op de aanvraag van Eveline. De Regeling dienstverlening aan huis mag daarbij geen enkele rol spelen.
PGB
Ruim drie jaar geleden, in maart 2023, heeft de CRvB een vergelijkbare uitspraak gedaan. In die zaak ging het om een persoonlijk dienstverlener die vanuit een persoonsgebonden budget (pgb) werd betaald en werkloos raakte. Het Uwv weigerde een werkloosheidsuitkering. Ook in deze oordeelde de CRvB dat er sprake is van indirecte discriminatie van vrouwen. De vrouw kreeg alsnog een WW-uitkering. Die uitspraak gold alleen voor huishoudelijke dienstverleners die vanuit een pgb werden betaald. Sinds 1 januari 2026 is wettelijk vastgelegd dat deze dienstverleners recht hebben op sociale zekerheid, zoals Ziektewet en WW. De recente uitspraak geldt voor huishoudelijke dienstverleners die niet uit een pgb worden betaald, maar rechtstreeks door een particulier.