Het klinkt fantastisch: online je hart luchten en meteen advies krijgen. Chat-robots zijn immers dag en nacht beschikbaar, oordelen niet en vinden jou gewéldig. Maar wat gebeurt er precies wanneer je je zorgen toevertrouwt aan een machine?
Drie uur ’s nachts en de slaap wil weer niet komen. Je ligt te piekeren over de relatieproblemen van je zoon. Hij heeft er nog nooit zo slecht uitgezien maar hij accepteert geen hulp. Wat kun je doen? Als ze uit elkaar gaan, hoe moet het dan met hun 2-jarige dochtertje? Kunnen jullie haar als grootouders dan nog wel geregeld zien?
Terwijl je echtgenoot ligt te snurken, staar jij in het donker. De hele wereld slaapt, niemand om je zorgen mee te delen. Maar dan is er ChatGPT, altijd wakker en vol begrip. Je gaat online en tikt je probleem in. Terwijl een vriend waarschijnlijk zou sussen dat je je niet zo veel zorgen moet maken, dat je zoon volwassen is en dat kinderen flexibel zijn, erkent deze door kunstmatige intelligentie ontwikkelde chat-robot meteen dat je in een moeilijke situatie zit. Dat het heel pijnlijk is om je kind te zien worstelen. Op het scherm verschijnen zinnen die je tegen je zoon kunt zeggen, advies voor een goede verstandhouding met je schoondochter én een juridisch kader dat uitlegt dat er omgangsregelingen voor grootouders bestaan. Geruststellend en bemoedigend zonder een zweem van oordeel. Het voelt alsof je met een mens communiceert, iemand die feilloos aanvoelt wat je bedoelt.
Zoek de vinger
Een chatbot is echter geen therapeut, geen psycholoog en zeker geen vertrouwde vriend die jou door en door kent. Kunstmatige intelligentie (AI) leert van enorme hoeveelheden online tekst en herkent hier patronen in. Op basis daarvan stelt het systeem reacties samen. Die kunnen begripvol en ondersteunend klinken, maar werkelijk empathisch is AI niet. Het voelt immers niets.
Prof. dr. Pim Haselager, hoogleraar ethiek en AI, bevestigt dat chatbots nul inlevingsvermogen hebben. “Wat ze zeggen komt vaak verstandig, gevoelig, empathisch, lief of sexy over – net wat je zoekt – maar ze begrijpen er geen jota van.”
Als voorbeeld noemt hij een eigen gesprek met AI ter voorbereiding van een college. De hoogleraar maakte de computer wijs dat hij zich nutteloos voelde, waarop hem werd verteld dat er vast wel iets was waar hij goed in was. De uitnodiging om iets positiefs over zichzelf te zeggen, was een slimme zet. Door de herinnering aan iets fijns ga je je immers beter voelen. Haselager antwoordde dat hij vroeger gitaar speelde, maar dat hij nu de controle over zijn vingers kwijt was. De reactie van de chatbot maakte haarfijn duidelijk hoe het AI-systeem werkt: “Heb je al eens naar handen gekeken? Dat is waarschijnlijk de beste plek om vingers te vinden.”
Hoewel dit een voorbeeld is van jaren geleden en AI inmiddels sterk is verbeterd, gebruikt hij het nog steeds in zijn colleges. “Er is een heel sterk verband tussen de woorden ‘vingers’ en ‘handen’. Op basis daarvan wordt het antwoord gegenereerd. Het is allemaal techniek, er wordt niet echt geluisterd. Een mens reageert op de betekenis van woorden, AI reageert op de correlaties tussen woorden.”
Niet zo anoniem
Haselager ziet niet direct kwaad in een gesprek met een chatbot, al waarschuwt hij wel voor de gevaren. “Uiteindelijk moeten ménsen mensen helpen”, zegt hij. “Maar er is ook een fase waarin je probeert vat te krijgen op je eigen ingewikkeldheden terwijl je problemen niet zo ernstig zijn dat je naar een therapeut of psycholoog moet. Het kan dan nuttig zijn om in alle vrijheid je kwestie aan een chatbot voor te leggen, om wat meer helderheid in je denken over jezelf te krijgen. Praten met een systeem dat je niet veroordeelt, kan prettig zijn.”
Want tja, andere mensen oordelen natuurlijk wél. Bijna niemand durft daardoor voor honderd procent eerlijk te zijn tegen een ander, zelfs al heeft die ervoor gestudeerd om jou te kunnen helpen.
“Tegen een chatbot kun je alles zeggen, die oordeelt niet. Maar vergis je niet, het gesprek is vaak toch minder anoniem dan het lijkt. Dat heeft alles te maken met privacy. Zeker wanneer je met een chatbot praat die grote Amerikaanse servers gebruikt, en dat doen ze zo’n beetje allemaal, wordt wat je zegt opgeslagen en gebruikt als analyseerbare data om de systemen te verbeteren.
Dat is overigens niet direct naar jou herleidbaar. Het is dus niet zo dat de buurvrouw de volgende dag een mailtje krijgt met wat jij aan AI hebt toevertrouwd. Maar als er vanuit politiek of juridisch oogpunt aanleiding is om gegevens te analyseren, kunnen gesprekken worden opgevraagd en in een rechtszaak tegen je worden gebruikt.”
Meestal loopt het zo’n vaart niet, maar zijn advies is: “Deel wat je niet tegen andere mensen zou zeggen ook niet met AI. Je hebt immers geen controle over wat er met die informatie gebeurt.”
Meepraters
De oplossing ligt volgens Haselager in ‘edge computing’. Dit is een technologie waarbij gegevens niet in een groot centraal datacenter worden verwerkt, maar dicht bij de plek waar ze ontstaan, zoals op je eigen apparaat of in een lokaal netwerk. “Als data bijvoorbeeld je telefoon niet verlaten en alleen jij erbij kunt, kun je AI gebruiken als een veredeld dagboek voor zelfanalyse. Mensen zijn van nature babbelboxen, dus een gesprek met een chatbot kan fijn zijn.”Liefst eentje die de patronen in je verhaal herkent. “Het zou goed zijn als zo’n systeem niet de hele tijd met je meepraat, zoals nu vaak gebeurt, maar ook eens zegt: ‘Je hebt het hier wel erg vaak over. Ik kan je helpen om in de spiegel te kijken, maar bij wat je hier allemaal met me deelt, heb je professionele hulp nodig. Maak eens een afspraak met je huisarts om te bespreken wie jou kan helpen’.” Volgens Haselager zou er een keurmerk moeten komen voor veilig gebruik. “In Europa wordt gewerkt aan strengere regelgeving voor AI waarin ook dit soort toepassingen worden meegenomen. Helaas loopt de wetgeving altijd achter op de praktijk. We hebben veiligheidsregels en controles voor auto’s en vliegtuigen, maar voor AI zijn de regels lang niet zo streng. Best gek.” Volgens de hoogleraar is er een wildgroei aan commerciële zelfhulpapps met verdienmodellen die je niet per se verder helpen. “Hoe langer je op zo’n app zit, hoe rijker het bedrijf erachter wordt. Dan ligt verslaving op de loer. AI is immers altijd opbeurend, altijd geïnteresseerd en vindt jou altijd geweldig. Dat lijkt prettig, maar kan een gevaarlijke dynamiek worden. Het kan je brein zó stimuleren dat je er geen weerstand meer aan kunt bieden. Wanneer je urenlang in gesprek bent met een computer die je steeds in alles bevestigt, kun je het contact met de realiteit verliezen en verder in de put raken.”
- Lees ook: Zo maakt AI de zorg beter
Ben je daar alweer?
Chatbots kunnen schadelijk zijn voor iedereen die ze onverstandig gebruikt, aldus Haselager. “Vooral mensen die eenzaam of onzeker zijn, zijn kwetsbaar. Als een chatbot hun voornaamste gesprekspartner wordt, kunnen ze geïsoleerd raken.” Hij adviseert om niet zomaar een app voor mentale hulp te gebruiken, maar er advies over te vragen aan iemand die er verstand van heeft, zoals de huisarts of een hulpverlener in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ).
“Denk goed na voordat je ermee begint, zoals je ook zou doen voordat je in het echte leven hulp zoekt. Ga je met mentale problemen naar een coach die ergens een dagcursus heeft gedaan, of kies je voor een psycholoog er jaren voor heeft gestudeerd? Gebruik dus alleen apps die door een professionele organisatie binnen de GGZ worden ingezet.”Zijn advies: experimenteren met AI kan geen kwaad, maar houd in de gaten hoeveel tijd je besteedt aan het praten tegen niet-mensen. “Als die tijd oploopt, is dat een signaal dat er misschien iets aan de hand is. Eigenlijk zou je willen dat zo’n app zegt: ‘Ben je daar alweer? Zoek liever eens een echt iemand op om mee te praten’.”
Prof. dr. Pim Haselager is hoogleraar artificiële intelligentie (AI) aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij houdt zich bezig met filosofie, psychologie en kunstmatige intelligentie. Hij onderzoekt wat het gebruik van AI en neurowetenschap betekent voor de samenleving en hoe nieuwe technologie op een verantwoorde manier kan worden ingezet.
Een uitgebreidere versie van dit artikel verscheen eerder in Plus Gezond mei 2026. Abonnee worden van het blad? Dat doe je in een handomdraai.