Bijna de helft van de ouderen maakt geen of weinig plannen voor de toekomst. Dat is een beetje asociaal en je doet jezelf ermee tekort, vindt de invloedrijke gerontoloog Rudi Westendorp. Heeft hij gelijk? Geef uw mening!
En wie is Rudi Westendorp dan wel?
Vitaliteit staat centraal in het onderzoek van de Leyden Academy. Wat verstaat u daaronder?
“Dat je gericht bent op de toekomst: ik heb een doel voor ogen, ik ga dat aanpakken en ik ben trots als het lukt. Die toekomstgerichtheid – dát is vitaliteit. Dat je het leven tegemoet treedt. Je ziet dat heel sterk bij kinderen die volwassen worden. Ik heb zelf twee dochters, ze zijn nu 19 en 20 jaar. Waar mijn vrouw en ik enorm mee hebben geworsteld, is hoe wij onze dochters verantwoordelijkheid moesten bijbrengen. Voor een 8-jarige is de wereld vanzelfsprekend. Melk komt uit de supermarkt en als je geen geld meer hebt, dan haal je toch gewoon méér geld uit de muur? Het besef van werken en een investering plegen, is er op die leeftijd nog helemaal niet. Voordat je dat voor elkaar hebt gekregen, en kinderen verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen beslissingen, zijn ze toch al snel een jaar of 20 of ouder.”
Wat gebeurt er met vitaliteit als je ouder wordt?
En als het wél goed gaat?
“Dat is een feest. Dan heb je het over mensen die, met alles wat er in hun leven gebeurd is en waar ze al op kunnen teren, nog steeds de wereld tegemoet treden: ‘Wat gebeurt er morgen? Hé, daar wil ik bij zijn.’ Betrokken, belangstellend, nieuwsgierig. Naar voren kijken en de dingen zien. Eruit pikken wat je graag wilt doen, waar je je boos over maakt.”
Dus het gaat om plannen maken?
“Ja. Reële plannen maken, vanuit jouw mogelijkheden, jouw verleden en wie je nu bent.”
Maar stel dat je nú aan bed gekluisterd bent, terwijl je eerst heel actief was.
“De valkuil is dan: ik kan niet meer lopen dus ik doe niets meer. Maar waarom zou je zo denken? Dan kijk ik naar mijn buurvrouw. Zij is 80 jaar en kan niet meer schilderen omdat haar hand te bibberig is geworden. Daar kun je helemaal van in de put raken, maar zij heeft ervoor gekozen om nu weer meer gedichten te gaan lezen. Ze is dus toch weer met kunst bezig, maar op een andere manier. En ze heeft nog steeds zin in het leven.”
Staat ‘zin in het leven’ los van je gezondheid?
Wat is er mis met sip en saai?
“Als jij nu naar een onbewoond eiland vertrekt, mag je sip en saai gaan zitten zijn, want dan heeft niemand last van je. Maar anders niet. Je bent een onderdeel van de maatschappij, er zijn altijd mensen om je heen, je kunt niet zomaar afhaken. En uiteindelijk wil iedereen mensen om zich heen. Eenzaamheid ligt op de loer. Daarom móét je blijven investeren in anderen, in de samenleving. Wellicht is het op hoge leeftijd daarom wel nóg harder werken dan wanneer je jong bent.”
Mensen hebben hun hele leven gewerkt, ze krijgen nu pensioen of AOW. Die zeggen: waar bemoei jij je mee, ik heb alle recht om een saai leven te leiden.
Wat wilt u dan?
“Dit is mijn moreel appèl: je moet een bijdrage leveren aan de maatschappij. Ook na je pensioen. Het is te idioot voor woorden om die bijdrage alleen maar op te hangen aan een betaalde baan. Er valt zoveel te doen. Vrijwilligers moeten de besturen van verenigingen draaiend houden, jeugd coachen, mantelzorg verlenen. Er zijn ook mensen die zeggen: hoe durf je mensen die hun hele leven al gewerkt hebben nu weer lastig te vallen met de opdracht om toekomstgericht te zijn, plannen te maken, onzekerheid aan te gaan. Die mensen zeggen: moet ik dat allemaal ook nog eens gaan doen? Het antwoord is ‘ja’. En waarom? Omdat het deel uitmaakt van het leven.”
Maar dan moet je wel tijd van leven hebben.
“Mensen schatten hun levensverwachting vaak verkeerd in. Ze realiseren zich niet dat als je op 62-jarige leeftijd stopt met werken, je nog minstens twintig jaar verder leeft, waarvan het grootste deel waarschijnlijk in goede gezondheid. Veel mensen realiseren zich totaal niet dat je die twintig of dertig jaar die je nog voor de boeg hebt, zodanig moet inkleuren dat je er ook plezier van hebt. Als je daar niet aan werkt, worden het twintig heel vervelende jaren.”
We leven wel in een samenleving waarin iedereen boven de 50 of zelfs 45 afgeschreven wordt.
“Het is volstrekt bezopen dat wij zo met ouder wordende mensen omgaan. Wij versterken op deze manier het feit dat mensen het leven ‘afronden’ rond hun 51ste. Dat is heel pervers. Toch ben ik daar wel iets milder in geworden. Ik realiseer mij hoe snel alles gegaan is. Ik denk dat we als samenleving kampen met een echo uit de tijd dat het héél bijzonder was als je op je 52ste nog leefde. We moeten onszelf dus misschien maar even wat meer tijd gunnen. Maar dat laat onverminderd dat ik er erg boos over ben en dat het moet stoppen.”
Wat nou als je die vitaliteit écht niet in huis hebt?
“Sommige mensen lukt het niet. En natuurlijk hebben we allemaal weleens een dipje. Maar als je depressief bent, of somber, en daar niet uit komt, dan kun je ook hulp vragen. Er zijn goede cursussen voor mensen die met depressiviteit en somberheid worstelen. Het welzijnswerk en ouderenwerk in iedere gemeente zal je verder kunnen helpen.”
Lezersoproep: geef uw mening
Wat vindt ú? Heeft Rudi Westendorp gelijk of niet? Stuur uw reactie naar Plus Magazine, o.v.v. Brieven, Postbus 44, 3740 AA Baarn. U kunt ook een e-mail sturen of discussieer mee door hieronder op de knop ”Reageer” te drukken!
Lees ook: