Neurowetenschapper: ‘Zo blijf je overeind in een wankele wereld’

De Onzekerheidsepidemie geeft handvatten om veerkrachtiger te worden
Gepubliceerd 20 april 2026 | Bijgewerkt 1 juni 2026
illustratie van een wankele wereld
Beeld Getty Images
Van Buienradar tot datingapps, van routeplanners tot online reviews: alles draait om zekerheid en voorspelbaarheid. Maar de wereld wordt steeds onvoorspelbaarder. Denk aan klimaatverandering, virussen, oorlogen en technologische ontwikkelingen zoals AI. Volgens neurowetenschapper Jeroen van Baar zitten we in een mentale crisis. Hij vertelt wat onzekerheid met ons brein doet én hoe we veerkrachtiger kunnen worden.

Expert Jeroen van Baar biedt in zijn boek De Onzekerheidsepidemie handvatten voor een steeds onvoorspelbaarder wereld. 

1. Veel mensen ervaren stress, angst of somberheid door onzekerheid, maar is dat een individueel probleem of een maatschappelijk patroon? En hoe beïnvloedt het onze mentale gezondheid? 

“Het is een individueel probleem én een maatschappelijk patroon. Net als bij de coronapandemie gaat het bij de onzekerheidsepidemie om een samenspel van de ‘ziekteverwekker’ (onzekerheid in de wereld), de ‘gastheer’ (het individu) en de ‘omgeving’ (onze maatschappij). Dus ja, we lijken minder goed tegen onzekerheid te kunnen dan in het verleden, maar er komt ook meer onzekerheid op ons af en onze samenleving is er minder goed op ingesteld om ons tegen deze onzekerheid te beschermen. Als resultaat ervaren we minder controle over de belangrijke zaken ons leven dan we decennialang hebben meegemaakt.

Ik denk dat dit grote gevolgen geeft voor onze mentale gezondheid. In De onzekerheidsepidemie schrijf ik over de ‘onzekerheidsmonitor’ in ons brein, die in de gaten houdt hoeveel controle we hebben over bronnen van stress. Als je weinig controle ervaart, brengt deze monitor je brein in een waakzame toestand. Dat kan nuttig zijn, want door continu op te letten kun je de veranderde ‘structuur’ van je omgeving weer ontdekken en zo de controle terugpakken. Maar in de onzekerheidsepidemie is de kans groot dat dat niet lukt. Je blijft dan opletten, piekeren en zoeken, en dat kan leiden tot symptomen als hulpeloosheid en hopeloosheid, slaapgebrek, spanning en overmatig middelengebruik. Dat zien we terug in cijfers rond angststoornissen en depressie.

Wie weinig controle heeft, heeft daardoor na verloop van tijd een hoger risico op hart- en vaatziekten

Fysieke effecten van onzekerheid zijn er ook. Uit studies bij dieren weten we dat een gebrek aan controle samen kan gaan met hogere bloeddruk en schade aan het hart- en vaatstelsel. Wie weinig controle heeft, heeft daardoor na verloop van tijd een hoger risico op hart- en vaatziekten. Ook bij mensen lijkt dat zo te zijn. Vooral bij studies naar verschil in status – bijvoorbeeld tussen de baas en de onderknuppel op de werkvloer – is een duidelijk verschil in risico op hart- en vaatziekten aangetroffen, en dat kwam vooral doordat mensen met hoge status meer controle hebben over hun dagelijks leven. Mijn hypothese is dat we in de onzekerheidsepidemie allemáál controle verliezen en dus allemaal meer risico lopen op dit soort klachten.”

2. Psychologische handvatten kunnen helpen om beter met onzekerheid om te gaan. Kun je een of twee concrete voorbeelden noemen die mensen direct kunnen toepassen? Hoe worden we mentaal flexibeler en sterker?

“Twee voorbeelden: bewuste blootstelling en samen staan we sterk.

Bewuste blootstelling betekent dat je actief probeert om eens géén zekerheid te bereiken over wat je doet. Bijvoorbeeld door níet de routeplanner te gebruiken, maar op je geheugen naar je bestemming rijden. Of door in een vriendschap of relatie níet te zoeken naar bevestiging, maar te leren leven in de onzekerheid over of de ander jou ziet zitten. Dat lijkt een kleine stap, maar het kan grote voordelen opleveren. Door te wennen aan niet-weten, kun je namelijk ontdekken dat je ook zonder complete zekerheid prima kunt functioneren. En dat geeft zelfvertrouwen.

Daarnaast weten we uit onderzoek dat mensen juist door samen te werken veel beter met onzekerheid om kunnen gaan. Een voorbeeld zijn de machizukuri, buurtclubjes in Japan die in de jaren ’60 hielpen om de wijk te verbeteren. Na verloop van tijd groeiden ze uit tot bredere sociale clubs. En toen er in 1995 ineens een aardbeving was, bleek dat mensen in wijken met zo’n actief clubje veel beter met deze ramp konden omgaan. De clubs hielpen namelijk om voedsel uit te delen, mensen wier huis was verwoest onderdak te geven, enzovoort. Een clubje waar je op kunt bouwen is dus onmisbaar in onzekere tijden. Dat mag klein: zelfs eens per maand vrijwilligerswerk doen bij de korfbalvereniging of de kerk bezoeken is een goed begin. Zolang je maar blijft gaan, zodat je dezelfde mensen telkens tegenkomt en op elkaar leert bouwen.”

3. Je onderzoekt hoe onze hersenen de samenleving beïnvloeden én andersom. Kun je een voorbeeld geven van hoe maatschappelijke onrust of technologische ontwikkelingen ons brein daadwerkelijk veranderen?

“Ik deed in de Verenigde Staten onderzoek naar politieke polarisatie in het brein. Ik nodigde geharnaste Republikeinen en Democraten uit om in de hersenscanner een aantal filmpjes te bekijken. Bij een politiek neutraal natuurfilmpje zag ik geen verschil tussen de twee groepen. Maar bij het bekijken van een politiek debat liep de hersenactiviteit tussen de twee groepen uiteen, zelfs voordat dat ik de proefpersonen om hun mening had gevraagd. Hun brein verwerkte wat ze zagen op een verschillende manier. En bij wie denk je dat dit verschil het sterkst was? Bij de proefpersonen die niet alleen een sterke politieke kleur hadden, maar ook niet goed met onzekerheid konden omgaan. In hun hoofd veranderden complexe politieke grijstinten in een versimpeld, sterk gekleurd ideologisch beeld. Zo kan een maatschappelijke ontwikkeling als polarisatie of onzekerheidsintolerantie zich in ons brein nestelen en beïnvloeden hoe we nieuwe situaties ervaren.

Armoede en onzekere huisvesting leveren stress op voor het hele gezin, en dat lijkt schadelijk te zijn voor de groei van de hersenen


Zelfs de structuur van ons brein is van maatschappelijke ontwikkelingen afhankelijk. Dat zien we vooral bij jongeren, wier brein nog volop in ontwikkeling is. In de Verenigde Staten loopt bijvoorbeeld een groot bevolkingsonderzoek onder tieners. Meer dan tienduizend jongeren uit 17 verschillende staten krijgen elke twee jaar een hersenscan terwijl ze opgroeien van 10 naar 18 jaar oud. Collega’s van mij hebben in deze dataset ontdekt dat tieners uit gezinnen met een lager inkomen een kleinere hippocampus hebben. Dat is een hersengebied dat belangrijk is voor geheugen en emotieregulatie. Maar in staten met een ruimhartig sociaal vangnet is het verschil in de hippocampus tussen arm en rijk minder groot. In mijn eigen onderzoek met deze dataset zie ik dat het risico op uithuiszetting, dat een gevolg kan zijn van armoede, de ontwikkeling van de hippocampus extra schaadt. Armoede en onzekere huisvesting leveren stress op voor het hele gezin, en dat lijkt schadelijk te zijn voor de groei van de hersenen. Maar met effectief sociaal beleid kunnen we deze schade voorkomen.”

4. Smartphones en sociale media geven het gevoel van controle en voorspelbaarheid. Waarom werkt dat op de lange termijn juist averechts? 

“Met je telefoon kun je continu opzoeken waar je vrienden uithangen, welke afslag je moet nemen of welke reviewscore de film heeft gekregen die je vanavond gaat zien. Zo zijn we continu in staat om te weten wat ons in de toekomst te wachten staat. Mijn hypothese is dat deze gewenning aan voorspelbaarheid op kleine schaal het moeilijker maakt om om te gaan met onzekerheid op grote schaal, zoals baanverlies, klimaatverandering of oorlog. Om veerkracht terug te krijgen, moeten we ons weer senang leren voelen bij onzekerheid. Hoe? Die vraag staat centraal in mijn boek.”

5. Welke aanpassingen zouden maatschappelijk doorgevoerd kunnen worden om te zorgen voor meer mentale weerbaarheid?

“Ik pleit voor herverdeling van onzekerheid. Dat betekent niet per se herverdeling van rijkdom, hoewel dat er zeker een belangrijk deel van kan zijn. Het gaat me er vooral om dat onze maatschappij zo in elkaar zit dat mensen controle kunnen ervaren over hun eigen leven. Dat betekent bijvoorbeeld dat kleine pech niet leidt tot grote pech. Als je je baan verliest, bijvoorbeeld, kun je door de werkloosheidswet je rekeningen blijven betalen, zodat je niet ook je huis uit hoeft. Dat is een grote verworvenheid, want lang niet overal ter wereld werkt het zo. Maar ook in Nederland zien we dat kleine pech steeds vaker kan leiden tot grote pech. Bijvoorbeeld bij de toeslagenouders, die door een kleine tegenvaller in een enorme chaos terechtkwamen waarbij zelfs kinderen uit huis werden geplaatst. Nu er meer onzekerheid op ons allemaal af komt – en steeds meer mensen dus met pech te maken zullen krijgen – moeten we onze vangnetten strakker spannen en nieuwe mazen zo snel mogelijk dichten.”

Jeroen van Baar is neurowetenschapper en psychiatrisch epidemioloog. Hij onderzoekt hoe onze hersenen onze samenleving vormgeven en andersom. Hij is postdoctoraal fellow aan Boston University en werkte eerder bij de Radboud Universiteit, het Trimbos-instituut en Columbia University. In april verschijnt zijn boek De Onzekerheidsepidemie bij Uitgeverij Atlas Contact.