De Huurcommissie heeft vorig jaar gemiddeld meer dan honderd bouwkundige onderzoeken per week in huurwoningen uitgevoerd. Dat is zeventien procent meer dan in 2024. Bij de onderzoeken gaat het steeds vaker om een aantal gebreken tegelijkertijd, zoals schimmel, lekkages en tocht.
Dat blijkt uit het jaarverslag van de Huurcommissie. De bouwkundige onderzoeken spelen een belangrijke rol in geschillen tussen huurders en verhuurders. In het bouwkundig onderzoeksverslag zetten deskundigen duidelijk neer wat er met een woning mis is en wat de oorzaak is. Soms komen huurders en verhuurders op basis van het onderzoek samen tot een oplossing. Dan hoeft de Huurcommissie geen uitspraak meer te doen.
Een bouwkundig onderzoek is nodig als een huurder en verhuurder een conflict hebben over onderhoudsgebreken of de hoogte van de huurprijs. Grofweg gaat het in twee derde van de gevallen om onderhoudsklachten en in een derde van de gevallen om de hoogte van de huurprijs.
Grote steden
De Huurcommissie heeft in 2025 ruim zeventienduizend zaken afgehandeld. In zo’n vierduizend gevallen is er geen beslissing gekomen, bijvoorbeeld omdat de zaak werd ingetrokken. In bijna veertienduizend zaken deed de Huurcommissie wél een uitspraak. In de helft van de gevallen was dat een uitspraak door de voorzitter, in de andere helft een uitspraak na een zitting van de Commissie.
Het meest voorkomende geschil gaat over onderhoudsgebreken, gevolgd door geschillen over servicekosten en huurverhoging. Bijna de helft van de zaken die de Huurcommissie ontvangt, komt uit de grote steden.
Bij bijna alle soort zaken heeft de Huurcommissie in 2025 meer uitspraken gedaan dan in 2024. Een uitzondering daarop zijn de geschillen over huurverhoging. In 2025 ontving de Huurcommissie aanzienlijk minder klachten over huurverhoging en hoefde ze dus ook minder uitspraken te doen.
Private verhuurders
Huurders hebben in 44 procent van de geschillen gelijk gekregen van de Huurcommissie. Er is daarbij een groot verschil tussen woningcorporaties en private verhuurders. Huurders van woningcorporaties kregen in 27 procent van de gevallen gelijk, huurders van private verhuurders trokken in 74 procent van de gevallen aan het langste eind. Het verschil komt vooral doordat woningcorporaties de huurregels goed kennen. De groep private verhuurders is daarentegen divers samengesteld. Het zijn niet alleen institutionele beleggers, zoals pensioenfondsen, maar ook particuliere verhuurders. Driekwart van die laatste groep verhuurt slechts één woning en ze kennen de regels waarschijnlijk minder goed.