Huisartsen leggen nog maar half zoveel huisbezoeken af als vijftien jaar geleden. Dat blijkt uit berekeningen van NU.nl. Door de toenemende werkdruk kiezen huisartsen vaker voor een consult in de praktijk.
In 2011 gingen huisartsen nog ruim 207 keer per 1.000 ingeschreven patiënten op huisbezoek. In 2025 was dat aantal gedaald naar 98. Vooral het aantal korte huisbezoeken van minder dan twintig minuten nam sterk af.
Mentale problemen
Een huisbezoek is meestal bedoeld voor patiënten die niet naar de praktijk kunnen komen, bijvoorbeeld omdat zij bedlegerig zijn. Maar een bezoek aan huis kan ook helpen om problemen eerder te signaleren. In de thuissituatie ziet een huisarts soms dat iemand zichzelf niet meer goed kan redden of dat er sprake is van sociale of mentale problemen.
Volgens huisartsen neemt de werkdruk al jaren toe. Zij hebben meer patiënten, meer zorgvragen en meer consulten. Daardoor is het vaak efficiënter om patiënten naar de praktijk te laten komen dan zelf op visite te gaan. Tegelijkertijd waarschuwen huisartsen dat waardevolle informatie over de gezondheid en leefsituatie van kwetsbare patiënten hierdoor soms verloren gaat.
Volgens Joost Vanhommerig van onderzoeksinstituut Nivel spelen niet alleen de hogere werkdruk en de tarieven een rol, maar mogelijk ook een ‘corona-effect’. ‘Nederlanders leerden tijdens de pandemie terughoudender te zijn met contact met hun huisarts’, aldus Vanhommerig op nu.nl.