Aaron heeft al jaren regelmatig buikpijn en wil graag een scan. Want hoe kan de huisarts anders weten wat er in zijn buik aan de hand is? Huisarts Bart Timmers legt uit waarom juist het verhaal van een patiënt vaak veel duidelijk maakt.
De buik speelt niet alleen in de huisartsenpraktijk een belangrijke rol, ook in het taalgebruik kom je hem vaak tegen. Je kunt ergens buikpijn van hebben. We hebben soms onderbuikgevoelens. Je zit met iets in je maag. Kennelijk heeft ons gevoelsleven veel invloed op de buik, want die gezegdes komen niet uit de lucht vallen. Dat maakt van buikklachten in de spreekkamer een boeiende klacht die veel aandacht verdient. Ze kunnen namelijk allerlei oorzaken hebben.
“Je kunt er nu eenmaal niet in kijken, hè?” was de toelichting van Aaron toen hij om een scan vroeg vanwege steeds terugkerende buikpijn. Dit zeggen meer patiënten, en ik snap dat wel. De buik is een grote holte die vol zit met maag, dunne en dikke darm, lever, milt en bloedvaten, omgeven door een vetschort, buikvlies en spieren. Daar kan ik als dokter inderdaad niet in kijken. Bij Aaron had ik echter ons belangrijkste diagnostische instrument ruimschoots ingezet: luisteren. Want het verhaal van de patiënt bepaalt 80 procent van de waarschijnlijke diagnose, én of er vervolgonderzoek nodig is.
Zo had Aaron geen bloed bij zijn ontlasting, was zijn ontlastingspatroon niet veranderd en had hij geen koorts. Ook was hij niet afgevallen. “Was het maar waar”, zei hij. Met de antwoorden op deze vragen kon ik als huisarts nog geen diagnose stellen, maar wel uitsluiten wat wij ‘alarmsignalen’ vinden; redenen om snel verder onderzoek in te zetten.
Al kan ik niet in de buik kijken, door wat iemand vertelt weet ik vaak toch wat er speelt
Aaron vertelde ook dat hij al sinds zijn kindertijd regelmatig buikpijn had. Soms verstopping, soms diarree. Ontlasting verlichtte de pijn. In bepaalde periodes had hij geen last, sommige voedingsmiddelen leken de klachten te verergeren. Eerder hadden we al zaken uitgesloten zoals darmontsteking en coeliakie (glutenallergie), maar zijn verhaal paste wél bij het prikkelbaredarmsyndroom (PDS), een aandoening waar 20 procent van de mensen last van heeft. Een vervelende klacht met een onschuldige oorzaak: het zenuwstelsel van de darm. Die heeft namelijk een uitgebreid eigen zenuwstelsel. Mogelijk verklaart dat niet alleen PDS, maar ook de relatie met gevoelens waar ik het eerder over had. De behandeling van PDS bestaat vooral uit leefstijladvies, een enkele keer is medicatie nodig.
Het is dus vaak prima mogelijk om een diagnose te stellen op basis van iemands verhaal en beperkt lichamelijk onderzoek. Zelfs als het gaat om buikklachten. Al kunnen we daar inderdaad niet in kijken.
Bart Timmers is huisarts in Groepspraktijk Huisartsen Berg.
Dit artikel verscheen eerder in Plus Gezond september 2026. Abonnee worden van het blad? Dat doe je in een handomdraai.